New York City Marathon: een gelopen race, voor nu

De New York City Marathon. Dat werd voor mij al snel een gelopen race. Zo ben je nooit geblesseerd, en zo kun je al vijf maanden (bijna) niet hardlopen. #bummer

Eerste poging: een pandemie

Na mijn allereerste marathon in Berlijn had ik de smaak te pakken: dit wilde ik nog eens meemaken. Zodoende schreef ik me begin 2020 gelijk in voor de race in november. Een pandemie gooide – as we all know – roet in het eten en er kwam een dikke streep door de reis, nog voordat mijn trainingsschema was begonnen.

It giet oan

Goed, het aantal besmettingen daalde. Het nieuws werd positiever en ook de vooruitzichten beter en beter. Mei dit jaar kwam er nieuws uit The States: het feest gaat door! Dan wel met iéts minder lopers (al denk ik niet dat een gemiddelde deelnemer merkt of hij nu een marathon met 52.999 of één met 32.999 lotgenoten loopt). Een kleine week later had ik de Tour Operator, met wie ik vorig jaar de reis boekte, aan de telefoon: of ik nog mee wilde naar New York. Ik was door het dolle!

Blessure op blessure

Tegelijkertijd begon mijn rechter knie te mieren. Ik nam mijn rust, ging zelfs een week niet rennen. Maar beter, dat werd het niet. Naar de fysio. Die lapte me in vijf weken op. Het trainen voor New York kon beginnen! Maar hoe goed het ging met mijn knie, zo slecht ging het met mijn linker heup. Ineens. Ik had dan wel al een paar weken last van mijn (onder)rug. Vooral na het hardlopen. De boosdoener? Die (niet al te ergonomische) thuiswerkplek, natuurlijk. Maar die ene zondag in juni had ik na een rondje van 8 kilometer zoveel pijn, dat ik amper van de bank af kon.

Een dag later had ik de laatste behandeling voor mijn knie, ik besloot dat mijn heup meer aandacht verdiende. Na zeven weken vol behandelingen, oefeningen en een lege portemonnee, gaf ik de hoop op. Fysio ging me niet beter maken. Inmiddels duurde het nog twee maanden tot het startschot van de marathon zou klinken. Helaas waren ook mijn aantal getrainde kilometers op twee handen te tellen. Wat baalde ik.

Travelban

Ook de grenzen naar Amerika zaten potdicht, wij Nederlanders waren er vooralsnog niet welkom. Duidelijkheid over wanneer deze travelban ging vervallen, die kwam maar niet. Nederlanders die (een maand eerder) de Boston Marathon gingen lopen, hadden de hoop al opgegeven – zag ik op Instagram. Eind september kwam het verlossende nieuws: begin november gaan de grenzen open. Begin november. Geen datum. Zou het dan toch..?

De marathon lopen

Ik kon nog steeds geen kilometer hardlopen. #rotheup Maar reizen naar New York, om daar mijn startnummer op te halen om het vervolgens de prullenbak in te gooien? Het idee alleen al… Online kwam ik contact met andere geblesseerde marathonlopers. Zij zouden de marathon gaan lopen. Lopen. Als in: wandelen. Voor de New York City Marathon staat een tijdslimiet van 8 uur. Zou me dat lukken? Ik wandelde 10 kilometer ónder de anderhalf uur. En 15 kilometer lukte in twee uur tien. Pijnvrij, nota bene.

Zaterdag zou ik een halve marathon doen. Als ik die nu eens in zo’n drieënhalf uur zou lopen, dan zou het een haalbare missie zijn. Maar één dag eerder kreeg ‘begin november’ een datum: de grenzen naar Amerika openen op maandag 8 november. Yep, één dag na de marathon. Één dag. Einde oefening.

Driemaal is scheepsrecht, dan maar..?

Hoe het nu verder gaat? Geen idee. Eerst maar eens beter worden. Want nog steeds kan ik geen kilometer rennen, toch gaat het beetje bij beetje de goede kant op. En áls ik dan volgend jaar aan de start van de New York City Marathon (zou) sta(an), dan loop ik ‘m uit. En nee, niet wandelend.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.